Bouw van de brug 1785-1790 (≈ 1788)
Geregisseerd door Emiland Gauthey, Bourgondische ingenieur.
septembre 1944
Gedeeltelijke vernietiging
Gedeeltelijke vernietiging septembre 1944 (≈ 1944)
Drie bogen gesynamiteerd door de Duitsers.
31 décembre 1946
Historische monument classificatie
Historische monument classificatie 31 décembre 1946 (≈ 1946)
Officiële bescherming van de Franse staat.
1947-1948
Herstel van de brug
Herstel van de brug 1947-1948 (≈ 1948)
Reconstructie identiek aan Perol.
Aujourd'hui
Aujourd'hui
Aujourd'hui Aujourd'hui (≈ 2025)
Position de référence.
Geklasseerd erfgoed
Brug gelegen op de nationale weg 83 bis: classificatie bij decreet van 31 december 1946
Kerncijfers
Émiland Gauthey - Hoofdingenieur
Brugontwerper tussen 1785 en 1790.
Robert Rigot - Beeldhouwer
Sneed de waterspuwers na 1944.
Ivan Avoscan - Beeldhouwer
Rigot's partner voor waterspuwers.
Oorsprong en geschiedenis
De brug over de Doubs de Navilly is een brug tussen 1785 en 1790 onder leiding van Émiland Gauthey, hoofdingenieur van de provincie Bourgondië. Deze vlakke brug, innovatief voor de tijd, onderscheidt zich door zijn bogen in mand baaien verdampt door caissons, ontworpen om lichtheid en economie te combineren. De stenen komen uit een plaatselijke groeve, en de batterijen, gevormd in de vorm van een boeg en schip achtersteven, getuigen van een gedurfde techniek. De voorbeekjes worden door halve piramides opgetild, terwijl de achtersteven ovale medaillons hebben omringd door vegetarische bloemenslingers.
Aan het einde van de Tweede Wereldoorlog, in 1944, werden drie bogen van de brug door de Duitsers vernietigd. Tussen 1947 en 1948 werden ze op dezelfde manier gerestaureerd door het bedrijf Pérol de Lyon. Tijdens deze restauratie werden de "gargoyles" van de beschadigde bogen gekerfd door twee jonge kunstenaars uit Buxy, Robert Rigot en Ivan Avoscan, die later beroemde beeldhouwers werden. Deze decoratieve elementen, zoals riet en potten, laten regenwater stromen.
Op 31 december 1946 werd een historisch monument gebouwd, de brug strekt zich uit van 156 meter lang en 9,80 meter breed, met vijf bogen ondersteund door ovale palen op palen. De architectuur combineert nut en esthetiek, met details zoals de gesneden stenen terminals aan de noordkant. Het boek illustreert de technische vindingrijkheid van de achttiende eeuw en de veerkracht tegen de verwoestingen van de twintigste eeuw.
De keuze van materialen weerspiegelt een visuele diversiteit: een grote bossing apparaat benadrukt de structuur van bogen en batterijen, terwijl een kleine roze kalksteen apparaat siert de korsten. Dit contrast versterkt de singulariteit van de brug, die een belangrijke getuigenis blijft van het Bourgondische erfgoed en een symbool van naoorlogse wederopbouw.
Mededelingen
Log in om een beoordeling te plaatsen