Eerste bouw IVe-IIIe millénaire av. J.-C. (≈ 100 av. J.-C.)
Dolmen gebouw en begrafenisruimte.
1963
Officiële erkenning
Officiële erkenning 1963 (≈ 1963)
Identificatie als megalithische site.
1969
Eerste opgravingen
Eerste opgravingen 1969 (≈ 1969)
Ontdekking van botten en stenen gereedschap.
9 décembre 1974
MH-classificatie
MH-classificatie 9 décembre 1974 (≈ 1974)
Bescherming van historische monumenten.
Aujourd'hui
Aujourd'hui
Aujourd'hui Aujourd'hui (≈ 2025)
Position de référence.
Geklasseerd erfgoed
Dolmen (zaak ZC 49): Beschikking van 9 december 1974
Kerncijfers
Jean-François Piningre - Archeoloog
Auteur studie Frankische graven (1976).
Pierre Pétrequin - Archeoloog
Medeauteur studie over dolmen (1976).
Louis Chaix - Antropoloog
Analyse van de menselijke resten van het terrein (1976).
Oorsprong en geschiedenis
De dolmen van Santoche, ook wel Pierre aux Gaulois of dolmen de la Châtre genoemd, is een megalithisch monument gebouwd in het laatste Neolithicum (IVe-IIIe millennium v.Chr.). Het bestaat aanvankelijk uit een vierkante begraafkamer (1,80 x 1,90 m) bedekt met twee platen, toegankelijk door een plaat-hublot. Later werd er een trapeziumvormige cairn (9 m lang) toegevoegd, waarbij de ingang door twee orthostaten werd ingelijst. De plaats, hergebruikt als een schuilplaats in de Romeinse tijd, werd gedeeltelijk vernietigd na deze periode.
Het werd in 1963 erkend als een megalithische site en werd in 1969 doorzocht, waarbij botten van ten minste twaalf individuen, stenen stakers en scherven met betrekking tot plaatgrootte werden onthuld. Deze resten zijn een bewijs van langdurig begrafenisgebruik en ambachtelijke praktijken. Op 9 december 1974 werd de dolmen, na de vernietiging ervan, als historisch monument geclassificeerd voor zijn archeologische waarde.
Gelegen op 378 meter boven zeeniveau in de gemeente Santoche (Doubs), domineert de dolmen de Doubs vallei langs het plateau. De architectuur evolueert in twee fasen: een kamer gegraven in de kalksteen, dan het toevoegen van een cairn en orthostaten. De opgravingen bevestigden haar rol als een collectieve begrafenis, typisch voor de Neolithische megalieten van Franche-Comté, evenals de latere toewijzing door de Romeinen.
Studies gepubliceerd in Gallia prehistory (1976) door Piningre, Pétrequin en Chaix analyseren menselijke overblijfselen en meubels, en benadrukken het belang van de site om de begrafenis en sociale praktijken van de Neolithische regio te begrijpen. De dolmen behoren tegenwoordig tot de gemeente en blijven een belangrijke getuigenis van de franc-comtoise prehistorie.
Mededelingen
Log in om een beoordeling te plaatsen