Eerste bekende eigenaar 1696 (≈ 1696)
De vermelding door Gabriel Loys, canon van Sint Paulus.
vers 1780
Wijziging van eigendom
Wijziging van eigendom vers 1780 (≈ 1780)
Verwerving door de religieuze van Fontfroide.
1976
Vernietiging van gebouwen
Vernietiging van gebouwen 1976 (≈ 1976)
Vervangen door een parkeerplaats.
Aujourd'hui
Aujourd'hui
Aujourd'hui Aujourd'hui (≈ 2025)
Position de référence.
Kerncijfers
Gabriel Loys - Chanoine de Saint-Paul
Eigenaar in 1696 volgens de compoix.
Religieux de Fontfroide - Eigenaren rond 1780
Laatste bekende eigenaren voor vernietiging.
Oorsprong en geschiedenis
Het huis op 16 Parmentier Street in Narbonne was een opmerkelijk voorbeeld van de 17e eeuwse civiele architectuur. De verbinding van 1696 (Île Saint-Crépin) gelegen Gabriel Loys, canon van Saint Paul. De gevels hadden grillen in gesneden puin, terwijl de eerste verdieping had twee grote rechthoekige ramen gedeeld door een verticale houten stud. Deze openingen werden omlijst door afwisselend gegraveerde harpsets, typisch voor Narbonne op dat moment: de lange harpen boden een vlakke uitsteeksel met rechthoekige contouren onderstreept door een groef, terwijl de korte harpen vormen vierkante uitsteeksels verbonden door concave cilindrisch tabbladen.
Rond 1780 werd het eigendom doorgegeven aan de religieuzen van Fontfroide, wat een verandering van roeping of sociale status van het gebouw suggereert. Archieven geven aan dat het huis nog niet bestond in 1576, bevestiging van de bouw in de zeventiende eeuw. Het bovenste frame van de ramen, gemonteerd in een platte band, hervat dezelfde opstelling als de leggings, met trapezes na de schuine gewrichten. Ondanks zijn erfgoed belang, werd het gebouw vernietigd in 1976 om plaats te maken voor een parkeerplaats, waardoor een belangrijke getuigenis van Narbons stedelijke geschiedenis wist.
De bouwtechnieken, zoals hopperbazen, kwamen vooral in de 17e eeuw in Narbonne voor. Deze architectonische details weerspiegelden zowel esthetisch onderzoek als lokaal vakmanschap. Het huis illustreerde ook de kerkelijke eigendomsdynamiek in de regio, met acteurs zoals de kanunniken van Paulus of de religieuze van Fontfroide, vaak betrokken bij het vastgoed erfgoed. De verdwijning in 1976 betekent een onomkeerbaar verlies van het gebouwde erfgoed van de stad en symboliseert de spanningen tussen stedelijke modernisering en historisch behoud.