Eerste schriftelijke vermelding 1298 (≈ 1298)
Aangehaald als *longa petra* in een document.
1829
Modern herontdekt
Modern herontdekt 1829 (≈ 1829)
Gerapporteerd door Frédéric Galeron als een Druïdisch monument.
1832
Beschrijving door Le Prévost
Beschrijving door Le Prévost 1832 (≈ 1832)
Eerste vermelding van de legende van Gargantua.
22 juin 1934
Historische monument classificatie
Historische monument classificatie 22 juin 1934 (≈ 1934)
Officiële bescherming bij ministerieel decreet.
Aujourd'hui
Aujourd'hui
Aujourd'hui Aujourd'hui (≈ 2025)
Position de référence.
Geklasseerd erfgoed
Menhir zegt Pierre de Gargantua: bij beschikking van 22 juni 1934
Kerncijfers
Frédéric Galeron - Lokale historicus
De menhir gemeld in 1829.
Auguste Le Prévost - Archivist en historicus
Beschreef de legende in 1832.
Léon Coutil - Voorzitter van de Prehistorische Vereniging
Auteur van een gedetailleerde inventaris in 1896.
Oorsprong en geschiedenis
De Gargantua Steen is een vier meter hoge zandsteenmenhir gelegen in een veld ten noorden van Neaufles-Auvergny (Eure). Uit het Neolithicum dateert dit imposante blok (2.10 m breed, 0,85 m dik) uit 1298 onder de naam longa petra in een kerkelijk document. De huidige naam, gekoppeld aan de reus Gargantua, komt van lokale legendes die het gebruik als slijpsteen voor gereedschap of faulx oproepen.
De eerste moderne beschrijving dateert uit 1829, toen Frédéric Galeron hem beschreef als een zeer rechte obelisk in een studie van Druïdische monumenten. Auguste Le Prévost (1832) en de Viscount de Pulligny (1879) melden legendes die Gargantua met steen combineren, terwijl Léon Coutil er in 1896 een nauwkeurige analyse van gaf. In 1934 werd een historisch monument geregisseerd.
De 19e eeuwse opgravingen onthulden de fundamenten van gebouwen in de buurt van de menhir, nu vermist. De steen, in fijn zandsteen, werd eigenlijk gebruikt om het gereedschap te slijpen, praktisch aan de oorsprong van populaire verhalen. Deze legendes beschrijven Gargantua die de steen gooit na het gebruik ervan om een valse reus te slijpen, wat zijn verticale positie in de vallei verklaart. De site blijft een zeldzame getuigenis van neolithische praktijken in Normandië.
De 1934 classificatie beschermde dit overblijfsel, een van de weinige menhirs bewaard in de Eure. De staat van instandhouding en de ligging in het open veld maken het een typisch voorbeeld van de Normandische megalieten, hoewel de archeologische context gedeeltelijk werd gewijzigd door landbouwactiviteiten en de vernietiging van de omringende stichtingen in de 19e eeuw.
Mededelingen
Log in om een beoordeling te plaatsen