Vernietiging van de oude kerk juillet 1944 (≈ 1944)
Geallieerde bombardementen tijdens Operatie Bluecoat.
1962-1966
Bouw van de huidige kerk
Bouw van de huidige kerk 1962-1966 (≈ 1964)
Geregisseerd door Herman Baur, glazen ramen toegevoegd in 1966.
8 juillet 2010
Historisch monument
Historisch monument 8 juillet 2010 (≈ 2010)
Totale bescherming van het gebouw en de klokkentoren.
Aujourd'hui
Aujourd'hui
Aujourd'hui Aujourd'hui (≈ 2025)
Position de référence.
Geklasseerd erfgoed
De kerk, in totaal inclusief de sacristie en de klokkentoren (Box AB 16): inscriptie op volgorde van 8 juli 2010
Kerncijfers
Herman Baur - Architect
Ontwerper van de moderne betonnen kerk.
François Chapuis - Ontwerper
Auteur van geïntegreerd glas in lood in 1966.
Oorsprong en geschiedenis
De kerk van de Geboorte van Onze-Lieve-Vrouw van Cahagnes, gelegen in Calvados in Normandië, vervangt een middeleeuws gebouw verwoest tijdens de gevechten van de bevrijding in juli 1944. Het dorp, getroffen door Operatie Bluecoat (Caumont Hole), werd onderworpen aan geallieerde bombardementen die een groot deel van de gebouwen verwoestten, waaronder de voormalige 14e eeuwse kerk. Cahagnes werd op 31 juli 1944 vrijgelaten door de 43e Britse divisie.
De nieuwe kerk werd gebouwd tussen 1962 en 1966 volgens de plannen van de Zwitserse architect Herman Baur, bekend om zijn moderne aanpak. Het gebouw onderscheidt zich door een verenigd volume, waardoor de klassieke structuur (nave, koor, heiligdom) wordt verlaten en in 1966 glas-in-lood wordt geïntegreerd, ontworpen door François Chapuis. De gevibreerde betonnen klokkentoren en interieur layout prefigureren de diocesane kerken van de jaren '80.
Geclassificeerd als historisch monument sinds 8 juli 2010 (inclusief de sacristie en klokkentoren-kampanile), illustreert de kerk de wederopbouw na de Tweede Wereldoorlog in Neder-Normandië. De architectuur weerspiegelt een verlangen om te breken met het verleden, terwijl tegemoet te komen aan hedendaagse liturgische behoeften, zoals de viering voor de vergadering. Bronnen vermelden haar rol in de ontwikkeling van regionale religieuze gebouwen, geciteerd in studies als Alain Nafilyan (2009).