Installatie van trinitairen 1561 (≈ 1561)
Bestelling installeert op de huidige site.
1720-1787
Bouw van een kerk
Bouw van een kerk 1720-1787 (≈ 1754)
Barokgebouw gebouwd in twee fasen.
1803
Toeschrijving aan protestanten
Toeschrijving aan protestanten 1803 (≈ 1803)
Hervormde sekte naar Temple Nine.
1945
Gebruik door brandweerlieden
Gebruik door brandweerlieden 1945 (≈ 1945)
Na de Tweede Wereldoorlog depot.
1er mars 1973
Historische monument classificatie
Historische monument classificatie 1er mars 1973 (≈ 1973)
Officiële bescherming van het gebouw.
Aujourd'hui
Aujourd'hui
Aujourd'hui Aujourd'hui (≈ 2025)
Position de référence.
Kerncijfers
Amédée Boinet - Historicus en archeoloog
Studeerde de kerk in 1920.
Eugène Voltz - Lokale historicus
Gepubliceerd op Trinitarisme in 1965.
Oorsprong en geschiedenis
De Trinitaire Kerk, gelegen op 2 rue des Trinitaires in Metz (Moselle, Grand East), werd tussen 1720 en 1787 gebouwd door de Trinitaire religieuze orde. Gelegen op deze site sinds 1561, bouwden ze een barokke stijl gebouw, opmerkelijk om zijn unieke schip, zijn vijfzijdige koor en zijn gevel uitgelijnd met een oude Romeinse manier. Een van zijn zeldzame architectonische troeven is de aanwezigheid van opgeschorte hoofdsteden, een kenmerk dat dit gebouw onderscheidt.
Tijdens de Franse Revolutie werd de kerk in 1803 toegeschreven aan de protestanten van Metz, die hun Franse cultus gebruikten tot aan de inhuldiging van Tempel Negen. Na 1945 diende het als depot voor brandweerlieden voordat het werd verlaten en afgebroken. Later gerestaureerd, is het vandaag een culturele plek met tijdelijke tentoonstellingen. De gemeente maakt deel uit van het Musée de la Cour d'Or.
Het gebouw is gelegen in een stedelijke context gekenmerkt door de nabijheid van de Metz musea en het Saint-Livier hotel aan de andere kant van de straat. De geschiedenis weerspiegelt de religieuze en politieke omwentelingen van de regio, van haar aanvankelijke rol als plaats van katholieke aanbidding tot haar protestantse herbestemming, vervolgens haar transformatie in een erfgoed en culturele ruimte. Historische bronnen, zoals Amédée Boinet (1920) of Eugene Voltz (1965), documenteren zijn architectonische evolutie en zijn verankering in het Messin landschap.