Stopzetting van de activiteit vers 1950 (≈ 1950)
Einde van de bloemproductie.
1995
Registratie voor historische monumenten
Registratie voor historische monumenten 1995 (≈ 1995)
Bescherming van gevels, daken en gereedschappen.
Aujourd'hui
Aujourd'hui
Aujourd'hui Aujourd'hui (≈ 2025)
Position de référence.
Geklasseerd erfgoed
Gevels en daken, alsmede de interne werktuigen (zie C 11): inschrijving bij beschikking van 1 juni 1995
Kerncijfers
Frin-Cormeray - Eigenaar
Bouwer van de molen in 1811.
Oorsprong en geschiedenis
De molen van Tercey, gelegen in Saint-Loyer-des-Champs, Normandië, wordt al in 1809 bevestigd als een meelmolen die dagelijks 7,5 kwintal tarwemeel, rogge, gerst en haver produceert. Dit industriële monument, typisch voor het begin van de 19e eeuw, illustreert het belang van molens in de plattelandseconomie van die tijd, die een essentiële hulpbron vormen voor de lokale bevolking.
De molen werd in 1811 gereconstrueerd door Frin-Cormeray en was al op 14 november 1811 onderworpen aan een prefecturale regeling, die vervolgens bij beschikking van 7 juni 1830 werd herzien. Een tweede hydraulisch wiel werd toegevoegd in 1832, het verhogen van de productiecapaciteit. In 1888 produceerde hij tot 15 kwintalen bloem per dag, wat zijn centrale rol in de regio weerspiegelt.
De activiteit van de molen stopte rond 1950, maar het behield opmerkelijke elementen van zijn werking, zoals een hydraulisch wiel van het type "onder," zijn tandwielen en wielen. Omgebouwd tot een huis, werd het gedeeltelijk beschermd door een inscriptie op de Historische Monumenten in 1995, over de gevels, daken en interieurgereedschappen.
Deze molen weerspiegelt de technologische en economische veranderingen van watermolens in de 19e eeuw, evenals hun geleidelijke daling in de 20e eeuw met de modernisering van freestechnieken. De geschiedenis wordt gekenmerkt door opeenvolgende aanpassingen om aan de groeiende productiebehoeften te voldoen, terwijl ze verankerd blijven op het platteland van Normandië.
Prefecturale regelgeving, zoals die van 1811, 1830 en 1860, onderstreept het strikte toezicht op deze faciliteiten, die van cruciaal belang zijn voor de lokale voorziening. De aanwezigheid van twee hydraulische wielen en de diversiteit van verwerkte granen tonen een gediversifieerde activiteit en sterke integratie in de regionale economische structuur.