Bouw van de muur IIᵉ siècle av. J.-C. (≈ 100 av. J.-C.)
Geschatte periode van vestige constructie.
19 mars 1921
Historisch monument
Historisch monument 19 mars 1921 (≈ 1921)
Officiële bescherming bij ministerieel decreet.
Aujourd'hui
Aujourd'hui
Aujourd'hui Aujourd'hui (≈ 2025)
Position de référence.
Geklasseerd erfgoed
Romeinse Muur van Marius: bij beschikking van 19 maart 1921
Kerncijfers
Caius Marius - Romeinse algemene (aanname)
Naam traditioneel geassocieerd met de muur.
Oorsprong en geschiedenis
De Romeinse muur van Marius, gelegen aan Saint-Rémy-de-Provence in de Bouches-du-Rhône, is een architectonisch overblijfsel uit de 2e eeuw voor Christus. Dit monument, wiens naam Romeinse generaal Caius Marius oproept, illustreert de Romeinse aanwezigheid in de Provence tijdens de oudheid. Hoewel de directe toeschrijving aan Marius niet expliciet wordt bevestigd door de beschikbare bronnen, onderstreept zijn classificatie als historisch monument bij decreet van 19 maart 1921 zijn erfgoed en archeologisch belang.
De locatie van de muur, op ongeveer 11 Avenue Antoine de la Salle, blijft beperkt geografisch nauwkeurig (niveau 5 op een schaal van 10). Dit type van defensieve of afbakenende structuur, typisch voor Romeinse installaties in Galle Narbonnaise, weerspiegelt de bouwtechnieken van de tijd, evenals de strategische of stedelijke behoeften van Romeinse kolonies. De beschikbare gegevens, met name uit de Merimée-databank en het Monumentum, bevatten geen nadere bijzonderheden over het precieze gebruik ervan of de onmiddellijke historische context.
Saint-Rémy-de-Provence, geïntegreerd in de regio Provence-Alpes-Côte d'Azur, was in de Romeinse tijd een gebied gekenmerkt door intensieve culturele en commerciële uitwisselingen. Remnants zoals deze muur herinneren zich de ruimtelijke en militaire organisatie van oude steden, waar infrastructuur werd gebruikt voor bescherming en voor de bevestiging van Romeinse macht. De afwezigheid van gedetailleerde bronnen op dit specifieke monument nodigt hem uit om het als een stille maar kostbare getuige van deze cruciale periode tussen de Republiek en het Rijk te beschouwen.